72.

 

Arie Braam

 

 

 

(Artikel: Nieuwveen 2-5-1982)

Het was vandaag precies 100 jaar geleden dat Arie Braam de toenmalige watermolen (ook wel “Moordmolen” genoemd) ging bewonen en daarbij tevens de taak van molenaar op zich nam. Thans wordt het gemaal bewoond door Theun Braam, getrouwd met L. van Amerongen, een geboren en getogen Nieuwveense.

Het gemaal bevindt zich halverwege het Jaagpad met nummer 19, aan de overkant langs de Amstel, staat in de gemeente Uithoorn en valt onder het waterschap Drecht en Vecht. Maar de familie Braam is voor de post aangewezen op de Kwakel, voor de dokter op Nieuwveen, voor de telefoon op Aalsmeer en voor de kerk op Leimuiden. Wij zouden in dit stukje polder ook kunnen spreken van het niemandsland.

In de tijd dat Arie Braam op de molen kwam (2 mei 1882) was met het beroep van molenaar geen behoorlijk snee brood te verdienen, ondanks het feit dat de molenaar een zeer belangrijke taak had.

Hij moest bekwaam zijn in het bedienen van de molen zelf, maar bovendien was kennis van het mechanisme en van de weersomstandigheden onontbeerlijk. Omdat de molenaar zoveel van het weer afwist, was hij een belangrijke vraagbaak voor de boeren. Krant en radio waren er immers niet en zo kwamen de boeren aan Arie vragen of ze het hooi al binnen moesten halen, wanneer ze moesten schudden enz.

s’Winters was de molenaar geheel aangewezen op het werk op de molen, zomers deed hij daarnaast “los” werk, bijvoorbeeld bij een boer. Arie Braam maaide gras met als verste punt de Gouwsluis bij Alphen aan de Rijn. Iedere ochtend ging hij lopend naar zijn werk en iedere dag kwam hij een stukje dichter bij huis. Zo kon hij in het voorjaar en in de zomer twee keer de kanten langs de oevers maaien.

Het was in 1927 dat het plan werd opgevat om de molen te verbouwen. Zover kwam het echter niet, want een paar weken voordat de verbouwing  zou beginnen sloeg de bliksem in de molen en brandde tot de grond toe af. Het is jammer dat de toenmalige molen niet meer bestaat.

Op dezelfde plaats werd het nu nog bestaande huis met machinekamer gebouwd. Alleen werd op elk de 4 hoeken een paal bijgeslagen. Voor de bemaling van de polder werd eerst een “Kromhout” motor gebruikt, welke later werd vervangen door een 20 pk elektromotor, die nu nog dienst doet. Het gemaal heeft tot 1979 dienst gedaan. De heer T. Braam maalde gemiddeld 436 uur per jaar. Dit werk moest ‘s nachts  gebeuren, daar de stroom dan goedkoper is. Het geslacht Braam heeft nu al 100 jaar eerst de molen en later het vervangende elektrische gemaal bedient. Uit deze familie was het Arie Braam, die honderd jaar geleden als eerste de molen op gezette tijden liet draaien en malen. Hij werd opgevolgd door zoon Willem en daarna door kleinzoon Theun Braam.

Thans doet het gemaal als reserve dienst, maar het gebeurt af  en toe dat zij bij moeten springen

voor als het gemaal in Uithoorn uitvalt. Al heeft het gemaal geen hoofdfunctie meer, het onderhoud van de elektromotor wordt niet vergeten. Iedereen die bij de familie Braam op bezoek komt, moet via de machinekamer binnen gelaten worden. Eenmaal per maand laat men de elektromotor  gedurende 15 minuten lopen. De heer Braam verwacht wel dat als het nog eens op groot onderhoud zal aankomen de polder het gemaal afschrijven. De kinderen van de familie T. Braam wonen allemaal vlak bij de jongste Tom, zegt niet van dit stekkie vandaan te willen, zodat de traditie van de familie Braam in ieder geval nog één generatie zal doorgaan. Maar of dit over 100 jaar weer gevierd kan worden is de grote vraag. Daarom werd op 1 mei 1982 in het Dorpshuis een groot feest gevierd, waarbij de voltallige familie Braam aanwezig kon zijn.

De heer en mevrouw T. Braam, Jaagpad 19, de Kwakel, zorgden ervoor dat een rijk stuk geschiedenis rondom de vroegere watermolen aan het Jaagpad aan de vergetelheid werd onttrokken. Niet iedereen zal beseffen, dat het kleine elektrische gemaal van de Kalslagerpolder (Nu ondergebracht in het waterschap Vecht en Drecht)  zo’n molenrijke voorgeschiedenis heeft. Het is bijna drieëneenhalve eeuw geleden, nl. in 1636, dat om de Kalslagerpolder droog te leggen een watermolen werd gebouwd aan het Jaagpad aan de Amstel. Het was destijds een achtkantige molen, die al veel stormen had getrotseerd en door de jaren heen enorme hoeveelheden water uit de Kalslagerpolder overhevelde naar de Amstel. De oudere generatie heeft daar nog “weet” van.

 

 

Terug