7.

 

Walterus Griekspoor

 

In de volgende Notariële Verklaring 661 akte 34 op 9.8.1731 te Breda zijn "Hendrik Kruijsborger en Mr Brootmaker alhier out omtrent de 34 Jaren en Wouter Griaspoor jr, woonder alhier ter stede omtrent de 26 Jaren" getuigen van een vordering, "dewelke verklaren onder presentatie van Eede, des gerequireert en des versogt sijnde, ter requisitie van Arnoldus van der Goor, Tavenier, wonende in de Santbergen de compagnie van d'heer Bellous Cappy in het regiment van den WelEdgeb heer Generaal Majoor en Collonel Doijs" vertrekken de drie getuigen tussen tien en elf uur s'morgens naar Santbergen en komen daar "omtrent half vier" aan. "Waarop door orde (in opdracht) van den commandant vant garnisoen, alhier is gekomen een sergiant vant garnisoen met eenige manschap, denselve Inkhoorn aan de voorsz Sergiant heeft geadonneers gehad om het huys van de requirant te besetten en de denselve te apprefrederen (goed te keuren) en naar de Provoorst binnen Breda te brengen waarop de huysvr van den requirant heeft gevraagt wat de redenen daar van waren, denselve Inkhoorn daarop antwoorde, ik heb nu uw mans paspoort, ik wil het gelt hebben volgens t gemaakt accoord; der requirant huysvr daar wederom op antwoorde in verscheijdene rijse ik weijger u het gelt niet, ik zal de penningen van desen dag besorgen; densel­ven Inkhoorn seijde ik moet nogh tien guldens voor mijn reijs kosten daar en boven hebben, dat de huysvr van den requirant naar veele moeyelijkhede en gedane instantie voor sijne reijs costen bij provisie op rekening heeft gegeven vijff gulden en twee stuijvers, te weten Een agtentwitigh, twee en halve guldens  twee goede schellingen en Vier-zes-halve, verclarende wijders hij eerste en tweede deponant gesien en gehoort te hebben dat denselve Inkhoorn, soo voor hemselfs als mede voor de Sergiant van de wagt en sijn bijhebbende manschap heeft geordonneert eeten en drinken; dat denselven Inkhoorn naar dato wel heeft gepresenteert gehad om aan de huysvr van den requirant te betalen twee karne bier dewelke hij appart hadde gedronken en de geconsumeert". "Eyndigende de deponanten hier mede hare verclaringe gevende voor redenen van welwetenschap".

 

In een Notariële procuratie-erfenis 662 Akte 17 op 16 juli 1734 te Breda zijn "Cornelis Verbunt (ged.11.1.1699) en zijn zuster Catharina Verbunt (ged.8.2.1695), weduwe van wijlen Gerrit van Bloemendael en de Wouter Griekspoor, getrouwd met Adriana Verbunt (ged.24.11.1696, allen te Breda) voor zoveel de comparanten aangaat geasfisceerd met mij Notaris allen voor de helft erfgenamen "dat komt neer op ieder 1/6 deel, " van Negteld Verbunt (Mechtildis, ged.23.3.1701 te Breda), getrouwd geweest met Hans-Dirk Reijnders, overleden te Hulst.

 

De volgende Notariële Procuratienalatenschap 979 fol/bl.63-64 op 3.8.1743 te Breda van Wouter Griekspoor heeft weinig toe­lichting nodig. In deze toelating, binnen de stad Breda, wordt kosteloos geprocedeerd. "ter prefensie van de naargenoemde getuige Wouter Griekspoor, weduwnaar van Adriana Verbunt en als vader van zijn minderjarige kind, genaamd Nicolaes Griek­spoor  bij dezelfde Adriana Verbunt in huwelijk verwekt, dewelken verklaarde te constitueren, volkomen last en procura­tie te geven aan d'Heer en Mr.Valckenaar, advocaat voor de respective Hoven van Justitie in s'Hage, specialijck omme uijt de naam en de van wegens den Comparant sijn intrest waar te nemen en goede te slaan in den naergelaten boedel van Johanna Verbunt, onlangs tot Schevelingen overleden, ten dien eijnde met de verder erfgenamen te doen maeken een behoorelijeken staat en inventaris, alsmede om met deselve erfgenamen de vaste en onroerende goederen publiecqelijck te verkopen de koopers in hunne gekoghte erfgoederen te goeden, vesten en erven en Gem Comparant daarvan te ontgoeden, ontvesten en onterven met verdere maght, omme de kooppenningen Schepenen, schuldbrieven, obligatien en alle andere incomende schulden des voorschreven boedels te maenen, eijsschen en te ontvangen ofte wel die, off eenige van dien, te transporteren, quitantien off cassatien daer van te geven, doen en laten passeren, soo sulks behooren sal".

 

                                                                            Terug