9.

 

Nicolaus Griekspoor

 

Dat Nicolaas een man was van goed zaken doen, blijkt ook uit een Notarieël Contract 1050 akte 2 te Breda op 27.1.1787, waarin hij van Helena Priem, weduwe van Cornelis Kortsmit, een koop doet ; "zoo als zij comparante ter een're verclaarde te doen bij deze van zoodanige Buiten Voorlieden plaatse als waar meede de comparante ter een're haare gemelde overleedene man door opgemelde hun Edele wel achtbare is gebenificeert. Dat na dat de voorsz: approbatie op de voorsz: resignatie door opge­noemde hun Edele welachtbaare zal zijn verleend de comparante ter een're aan den comparant ter and're zijde in eigendom zal overgeeven; een Chais voor een paart; Een Koetskar en een Lange of Toerkar mitsgaders de respective getuigen voor een paard zoo als deselven door de comparanten ter een're tot gemelde toer zijn gebruikt". Even verder: "zalmoeten betalen de somma van drie hondert Gulden eene booven en behalven de kosten van dir contract". Na vijf jaar volgens een Notariéél Koopcontract 892 akte 13 te Breda op 29.3.1792 verkoopt hij aan: Cornelis Sliep mede wonende alhier die bekende gekogt te hebben Een voermansplaats in den kleijnen toer binnen dese stad Breda voorn met de gereetschappen kare en wat daar toebe­hoort, uijtgesondert het paart. En dat om en voor de somme van seshondert en vijfen seventig guldens te betalen". Een eenvou­dige berekening zegt dat hij ruim het dubbele vangt. Deze Koetskar heeft hij vijf jaar gebruikt voor zijn beroep als Buitenvoerman. Over Nicolaas Griekspoor waren zeer veel gege­vens te vinden in de Rechterlijke en Notariële Akten van Breda. Daar wil ik niet aan voorbij gaan. Het boeit gewoon als je het overleest. Als 16-jarige Posteljon wordt Nicolaas aange­vallen en betrok­ken bij een schietpartij: "waarop de kogel beneven de deponant zijn lichaam is ingegaan". De tweede getuigenverklaarder was Dingeman Grimhuysen. Notaris was Corne­lis Wierix. Op de weg van Breda op Dongen; "om alsoode verdere brieven op Drunen te tranporteren en vervolgens op geheel holland dat hij op den 9 deser maant october komende des nasmiddags van sijne ordinaire post terug en gearanceert zijnde tot omtrent de Seterse bergen aldaar is aangerent en geattaqueert door een persoon in hou­saeren klederen, die hem wilde ontweldigen den post hooren mitgers sijn pas. Dat daarop de deponant, bevreest sijnde schielijck is toegereden naar de toer karre", die van Breda op Loon op Sant. Daar aangekomen; "seggende geattaqueert te sijn waarop de voorn Voorman ant­woor­den rijt maar gauw voort soals de deponant ook gedaan heeft. Verclarende den tweeden deponant dat op dato, hij met de toer karre des smorgens is gereden van Breda naar Loon op Sant". Verder zegt de akte dat de genoemde houser "zeer woest" aan kwam rijden; "seggende dat hij hem den wegh naar Alphen moeste wijsen en brengen hetwelke de deponant hem weigerde". Waarbij de; "housaer hem deponant daarop tot twee maelen toe bij sijn lock heeft vastgepakt vloekende dat hij hem den wegh naar Alphen moeste wijsen tussen welke geweldadi­gerijen inmid­dels is aan komen rijden den requirant die seijde in substan­tie tegen deb gen. housaer "wat doet gij het is ommers niet gepermitteert een toerkar die sooveel is als een post aan te doen, en meer andere dergelijke woorden dat den voorn housaer daarop antwoorden; "Souter Hollander"  en meer om ere vloeken Gij zult mij den wegh naar Alphen wijsen trec­kende gelijk sijn pistool dreigende hem daar mede te schieten dat daar op de requirant sijn paart spooren heeft gegeven en seer haestigh is weghgereden. Dat den requi­rant omtrent hon­dert off meer treden weghgereden sijnde, door den gem. housaer met het pistool in de handt van aghteren is vervolght en inge­reden tot dat hij dight bij den requirant gekoomen is en hem aldaar met sijn pistool een schot toege­braght  waarop den requirant inmediactelijk sijn pistool heeft gelost op gem. Housaer die een wijnigh voort gereden sijnde van sijn paart is gestegen en tegens de grondt gaen leggen. Verclaerende den Eersten deponant (Nicolaas) wijders nogh dat hij een wijnigh van de toerkarre gereden sijnde hem is Ge­volght  den requirant vervolght werdende door den voorn. Housaer met het pistool in de handt en het selve loste waer van den kogel beneven den deponant sijn lichaam is gegaan, waarop hij deponant gesien heeft dat den requirant sijn pis­tool trok en hetselve op den gem. Housaer losten sodanigh dat den deponant heeft gesien dat gem. Housaer een weijnigh voort gereden sijnde van sijn paert is afgegaan en tegens de grondt gaan liggen". Tot zover dit nog goed afgelopen verhaal. Wat er met de Housaer is gebeurt en of deze is getroffen is niet gemeld. Tot zover deze Notariële Verklaring 982 fol/blz.174-175-175v op 6.10.1748 te Breda (zeven dagen na het voorval). Het is mogelijk dat de dader wel gevonden is en terechtgesteld was, want als men vroeger werd terechtgesteld, werd deze zelden schriftelijk gemotiveerd. Dat Margarita een eigen willetje had moge uit dit testament blijken, die zij laat opmaken volgens deze Notariële 1140, Akte 50 op 30.3.1797 te Breda; "die ook zouden moogen weezen gesterkt, door haar alleen, gesamenlijk met haaren gemelden Man, off met iemand anders opgerecht, en gepsfeerd; En alnu Uit haare vrije en onbedwongene wille over haare natelaatene goederen in deezer voege te disponeeren; en wel afzonderlijk buijten weeten van haare voornoemde Man; vermits sij Testatri­ce den zelven haaren man verscheijdene maalen, doch tever­geefsch, getracht heeft over te haalen om op nieuws en gesa­mentlijk met haar Testatrice over hunne wederzijdsche goederen bestellinge te maaken, doch nopen welke dispositien sij Testa­trice verklaarde met hem Nicolaas Grikspoor niet eensgesind te kunnen zijn geworden, en het daarom noodig, en ter voorkoming van onaangenaamheeden en huistwisten raadsaam geoor­deelt te hebben deese haare dispositie alsoo separaat op te rechten en te pasfeeren. De Testatrice verklaarde tot haare eenigen en universeelen Erfgenaam te nomineeren, en met volle recht en titule te in stitueeren, haaren zoon Gerrit ven der Sanden, En de dat in alle de goederen soo roerende als onroe­rende, actien in schulden en Crediten, en bij haar Testatrice met er Dood eenigsinste ontruijmen en natelaaten; omme met alle dezelve goederen, als met vrij en eijge goed te konnen doen en handelen na welgevalle sonder iemands teegenzeggen en alzoo te weezen haare laatste en uiterste wille; begeerende dat het selve daar voor kragt en werking hebben zal; het zij als Tetament Coduil". Zij overleed zeven maanden later te Breda op 13.10.1797. Een half jaar later hertrouwde Nicolaas met Cornelia van Rooy en een half jaar later laat hij een testament opmaken Notariéél 1062 Akte 36 op 2.8.1799 te Breda. Notaris Johannes-Hendrikus Roelants schrijft: "En de alnu op Nieuws koomende ter dispositie zoo verklaarde hij  comparant tot zijne eenige en universeele erffgenaame met volle regt en titule te noemen en de te stellen, zijne huijsvrouw Cornelia van Rooy, en alle zijne natelaatene goederen schulden en Effecten, zoo roerende als onroerende, geld, actien, In schulden en Crediten, geene van dien uytgesondert". Het lijkt een betere verhouding te hebben; "omme met alle deselve goederen gelden en effecten bij de voorn. zijne huysvrouw en gem. stitueerde erfgenaame gedaan en de gehandelt te werden, naar haar goedvinden en welgevallen, zonder iemants teegenseggen. Al het voorgeschrevene den Testateur duijdelijk en woordelijk voorgeleesen zijnde; verklaarde hij wel verstaan te hebben". In 1801 overlijd Cornelia en Nicolaas in 1804. Wat er met de erfenis gebeurt na zijn overlijden is niet duide­lijk. Er bleek al dat hij Gerrit van der Sanden niets na wilde laten. Zijn tweede vrouw was al overleden en zijn zoon Walte­rus  reeds in 1788. Hij had niemand aan wie hij de erfenis na kon laten. Hij heeft geen Testament  meer opgemaakt. Hij verkoopt in 1800 zijn huis bij de Pekbrug. Nicolaas is niet alleen een goed zakenman, maar ook een goede verhuizer. De volgende gegevens waren makkelijk en uigebreidt terug te vinden in Breda. Hij verhuist vier keer volgens de conclusies, die je zou kunnen trekken uit de volgende gege­vens. Ook is het interessant om zijn financiële kant te vol­gen.

 

Op 3.1.1774 koopt hij van; "Juffrouw Catharina Lemmes Bagijn­tie op den Baggerhove binnen deese stad en Willem van Gastel mede alhier woonagtig dewelken verklaerden finael uyt de hand verkogt te hebben aan Nicolaas Griekspoor mede binnen deese stad woonagtig zoo voor hem als zijne huysvrouw Margo van der Roer, die ten deesen meede compareerde en de verclaerde te hebben gekogt Den opslag van een houten Tente ofte wooninge gestaan en de gelegen regt teegens over het militair Hospitaal alhier thans bewoont en de gebruijkt werdende bij Adriaan Bax." en verderop; "En de dat omme en de voor eene somme van drie honderd vijff en seeventig Guldens te betaalen binnen drie á vier dagen na het pasffeeren deeses". Even verder weer; "Weyders zal den kooper het gekogte in deese aanvaerden als nu terstont in tot gebruykt den 1e mei aanstaande als zijnde tot die tijd verhuurt aan Adriaan Bax zullen de den kooper proffi­teren het Een vierde jaer huur op gem.1 mei te verscheijnen".

 

Blijkbaar bezat Nicolaas niet over het voldoende geld, mis­schien door een tegenslag. Hij kon één-honderd-vijf-en-zeven­tig gulden zelf contant betalen, Twee dagen na de vorige akte moet hij een Rechterlijke 610,fol/blz,2-2v-3 akte ondertekenen van een schuldbekentenis, d.d. 5.1.1774.

"Nicolaas Griekspoor en Mergo van der Roer egtelieden zijnde zij geadsisteert met haare voorsz. man hebben gelooft te geven en de bekenden op haer persoonen en goederen wel en de deugdelijk schuldig te weesen aan de Heer Norbertus van den Kieboom, borger alhier de zomme van twee hondert Guldens, 't stuk tot veertig grooten vlaems eens, den eersten met den laetsten  penning deugdelijk toe en de overgetelt zoo zij op het passee­ren deeses bekenden te restitueeren en de te betaelen de voorsz. zomma van twee hondert Guldens aen de crediteur in deese die geene zijne wettige actie is hebbende op den vijfden januarij 1775 naest koomende met een jaar Intrest daerbij á vier guldens".

 

Op 22 maart 1784 woont Nicolaas ten Noorden van Maria de Bije, die overlijdt en Nicolaas genoemd wordt in deze Notariële akte Inv.no:4390, copy van: 139. Van Maria's huis uitgaande: "Een Hovinge in tweëen geleegen binnen Breda, omtrent het Klooster st.Cathaleijnedale nú tot Oosterhout. Oost-en Zuid het Zelve Klooster, West Stads Oude Veste en Noord Nicolaas Griekspoor, ten pondboek no.966". Waarschijnlijk betrof dit een huurwoning, want een dergelijke koopakte is door mij niet gevonden. Op 2.8.1796 tekent Nicolaas een koopcontract N-1139 akte 82 te Breda met een kruis. Hij kocht daarmee:

 

"Een Huijsinge Hoffen Erve staande en geleegen over de Keij­sersbrugge aan de Zuidzijde van de straat, alhier binnen Breda, agter het Keijsershoff aldaar, neeven de huisinge, hoff en Erve toebehoorende Elisabeth en Maria Volraed, op de Eene zijde Oostwaarts, westwaarts Hendrik Hendrks, agter, te weeten zuidwaarts koomende aan de hovinge toebehoorende Simon Roomer, en Noortwaarts s'Heerenstraat, ten pondboek N-1152 ". Even verder; "en in gebruik met den eersten november deese jaars 1796 als zijnde tot die tijd mondeling verhuurt aan Jan Joseph de Kuijper voor ses en twintig Gulden Jaarlijks, waar na den kooper sig sal moeten reguleeren. Reserveerende de verkoopers de huure van dit huijs tot den gemelde 1 november 1796 aan sig. De secreeten staande op de Erven deeser huijsinge en van de huijsinge daar west waarts aangeleegen moeten blijven staan soo als die sig daar in gemaakt werd tusschen den kooper in deese en den eijgenaar van deselve huijsinge daar westwaarts neeven gelegen gemeen blijven soo als alles thans gebruikt en geproffiteerd werd". Hij voldeed; "de kooppenningen van dien ter somma van Twee honderd en tien Guldens". Deze koop wordt wettelijk bekrachtigd. Rechterlijk 623,fol/blz.110v-111.

 

Nicolaas koopt een half jaar later het huis ernaast. Notaris Jean Fracois Mirandolle binnen Breda legde dit vast;

"Dewelke verklaarde uit de hand en sonder beding van rantsoenpenningen verkocht te hebben aan Nicolaas Grikspoor meede binnen deese stad woonachtig, en die ten deeze meede compa­reerde  en verklaarde in koop te accepteeren Eene huijzinge, Hoff en Erve, met alle de toebehoorten van dien staande en geleegen alhier binnen Breda over de Keijzersbrugge aan de Zuidzijde van de straat, agter het Keijzershoff aldaar; westwaarts Matheus van Moerkerken Cum wyore; oost den kooper in deese, en noort s'Heerenstraat, ten pondboek N-1151". En verderop weer; "Omme en de voor eene somme van Twee honderd en sestig Guldens te betaalen in eene paaij Contant op de vest tot het doen van welke vest, meede in naame van de verkoopers­se sij verkoopersse verklaarde haaren gemelden vader (Cornelis van Moerkerken) bij deeze te authoriseeren: En voorts op de navolgende Conditien. Eerstelijk. Dat het gekochte huijz van dato der vest sal staan ten laste, percule, en avanture, van den koper. Ten tweeden. Dat den koper het gekochte sal aan­vaarden in eijgendom op de vest, en in gebruik met primo Meij 1798 als zijnde tot die tijd verhuurt aan Fennis Hendrikus voor eene somme van neegen stuyvers s'naekv. Ten derden. Dat den kooper booven zijne Uitgeloofde kooppenningen het gaande Jaar verpondingen op het verkochte huijz Uitgaande het armgeld de kosten van dit koopcontract, met den gevolge en aankleeve van dien; het doen der publicatien tot naasting; en generalijk alle onkoste ter saake deezer verkooping van alles vrijgeld zijn bespreekende en tot de vest maar alleen willen verleenen hand en mond". Breda Notarieël 1141, akte 83. Deze koop 21.2.1797 wordt wettelijk bekrachtigd in het Rechterlijk 624,fol/ blz.59v-60-60v op 9.1.1799.

 

Terug